Aecht Schlenkerla

Aecht Schlenkerla Rauchbier

 

Eén van de vreemdste bierspecialiteiten is rookbier, bier gebrouwen met gerookte mout. In Bamberg, een stad in het Duitse Frankenland, heeft het rauchbier de eeuwen overbrugd. De bekendste vertegenwoordiger is brouwerij Heller-Schlenkerla die maar liefst vijf versies aanbiedt.
Om bier te kunnen brouwen moet graan eerst gemout worden. Door bevochtiging ontkiemt de graankorrel en maakt ze zelf enzymen aan die de lange en voor gist onverteerbare suikerketens doorknippen tot vergistbare suikers. Als het graan even ontkiemd is, moet de mouter dit proces stoppen, anders zou de kiem blijven groeien en de suikers opsouperen. Daarom wordt het mout gedroogd, vandaag veelal door hete lucht op moutvloeren of in trommels. Vroeger legde men mout in de zon te drogen maar meestal moest men een handje helpen en werd het mout gedroogd boven open vuren. Het kiemen moest immers absoluut gestopt worden, ook al omdat vochtige mout zeer snel bederft. Precies omwille van die primitieve droging boven houtvuren kan men besluiten dat vroegere bieren veelal wat gebrand en/of gerookt smaakten. Gebrande mout is nog steeds een dankbaar ingrediënt in vele donkere bieren maar het gebruik van gerookte mout is alleen in Bamberg bewaard gebleven.
In en rond de stad bieden een tiental brouwerijen nog een rauchbier aan, vaak alleen in de eigen herberg. Brouwerij Heller-Schlenkerla is de bekendste producent. Gelegen in hartje Bamberg dateert ze uit 1678, hoewel de geschiedenis van de taverne nog verder teruggaat. De Frankische naam ‘Schenkerla’ betekent letterlijk ‘hij die waggelt’ en verwijst naar één van de vroegere brouwers die slecht te been was. De brouwerij maakt zelf haar mout en laat deze drogen boven vuren van beukenhout. Na een voorzichtige hopping rijpt het bier lang na in oude, koele kelders in de omliggende heuvels.
De brouwerijtaverne tapt het bier rechtstreeks uit houten vaten, enkele variëteiten worden ook elders in Duitsland van het vat aangeboden. De Lager (alc. 4,8% vol., goudhelder, licht gerookt), Urbock (6,5%, donker, aangeboden van oktober tot december) en Fastenbier (5,5%, donkerbruin, aangeboden tussen Aswoensdag en Pasen, uitsluitend vatenbier) konden niet geproefd worden.
Märzen (5,1%, donker roodbruin) en Weizen (5,2%, donker roodbruin) zijn de meest courante vertegenwoordigers.  Deze laatste wordt gebrouwen met een deel tarwemout en is het enige van hoge gisting. Bovendien hergist het in de fles wat het troebel maakt. Het geurt rokerig en verfijnd moutig. De smaak is moutig tot licht zoetig, het mondgevoel vol en mals (tarwe) en de afdronk rokerig en nauwelijks bitter. Samengevat is de Weizen is een typisch Duits tarwebier met een rokerig accent. De Märzen – naar verluidt het bier met de sterkste rooksmaak - ruikt heel wat sterker, zelfs naar gerookte vleeswaren. Smaak en mondgevoel zijn zacht maar rond zodat de rooksmaak zich mooi kan ontplooien. De afdronk is vooral uitgesproken rokerig en daardoor ook droog.
Proevers moeten zeker eens de Märzen degusteren. Mogelijks zal u de eerste slok of zelfs de eerste twee glazen nauwelijks kunnen appreciëren, maar blijven proberen loont de moeite.
Bron: Bob Magerman - De Morgen 12-02-2005

 

 

 

Nederlands